Misschien ken je de AWBZ nog wel (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten). Deze wet werd in 2015 afgeschaft en toen werd onder andere de Wet Langdurige Zorg ingevoerd.
Deze wet heeft betrekking op intensieve zorg die in een verzorgings- of verpleeghuis of thuis geleverd wordt. De regels voor andere vormen van zorg werden bij het afschaffen van de AWBZ ondergebracht in bijvoorbeeld de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Zorgverzekeringswet en de Jeugdwet.

Erfenis Advies krijgt veel vragen van kinderen wiens ouder(s) moeten gaan verhuizen naar een zorginstelling omdat ze niet meer thuis kunnen wonen wegens de leeftijd van de ouder(s). Vaak is er ook sprake van dementie. De vragen gaan over de eigen bijdrage die bij opname in het verpleeghuis maandelijks moet worden voldaan. Vandaar dat Erfenis Advies op deze bladzijde informatie geeft over de eigen bijdrage op grond van de Wet Langdurige Zorg.

De eigen bijdrage wordt berekend aan de hand van een inkomens/vermogenstoets. Bij deze inkomens/vermogenstoets speelt de hoogte van het inkomen (pensioen) een rol, maar óók de hoogte van het vermogen (bank- en spaartegoeden, effecten) spelen een rol bij de bepaling van de eigen bijdrage.

Er is een zogenaamde “vermogensinkomensbijtelling” (VIB):Dat wil zeggen: Wanneer het “box 3 vermogen” (Inkomstenbelasting = sparen en beleggen) méér bedraagt dan het heffingsvrije vermogen, telt naast het gewone inkomen (pensioen) ook nog 4% van het box 3 vermogen extra mee als “inkomen”. Dus: als het vermogen hoger is dan het heffingsvrij vermogen, dan telt 4% van de grondslag sparen en beleggen mee voor de berekening van de hoogte van de eigen bijdrage.
De eigen bijdrage kan oplopen tot een maximaal bedrag. Het maximale bedrag ligt rond de € 2.500 per maand. Dit is de “hoge eigen bijdrage”. De eerste 4 maanden is de lage eigen bijdrage verschuldigd. Deze ligt rond € 175 per maand met een maximum van ongeveer € 900 per maand.

Op de website van het CAK is veel informatie te vinden en daar kan ook een berekening worden gemaakt van de hoogte van de eigen bijdrage. De link is:https://www.hetcak.nl/zelf-regelen/eigen-bijdrage-rekenhulp
Belangrijk om te weten is nog dat het CAK de eigen bijdrage vast stelt aan de hand van het verzamelinkomen van 1 januari twee jaar vóór de opname. Als de familie maatregelen wil nemen om de eigen bijdrage te verkleinen, hebben die maatregelen dus pas effect voor het bijdrage jaar dat nog twee jaar in de toekomst ligt.

De vraag die vaak gesteld wordt, is de vraag of de ouder(s) de eigen woning moeten gaan “opeten” als zij in het verzorgingstehuis worden opgenomen….?

Antwoord: In principe duurt het wel een tijd voordat er aan “opeten” van de woning wordt toegekomen.

Ten eerste: De lage eigen bijdrage is nog verschuldigd zolang er sprake is van een thuiswonende partner.
En ten tweede: Als het huis leeg komt te staan omdat de (laatste) bewoner wordt opgenomen in een verzorgingshuis, mag het huis nog maximaal 3 jaar in box 1 blijven. (Dat betekent ook dat de hypotheekrente nog zolang aftrekbaar blijft – als het huis belast is met een hypotheek).

Dus: De eigen woning die als hoofdverblijf van vader of moeder diende valt nog drie jaar lang in box 1 inkomstenbelasting (en telt dus nog niet mee voor het vermogen, want dat zit in box 3).

Daarom telt de eigen woning de eerste drie jaar nog niet mee voor de vermogensinkomensbijtelling (VIB) – zodat de VIB zich in die periode niet uitstrekt over de waarde van het ouderlijk huis.
De kinderen zullen het huis meestal willen verkopen als het zeker is dat vader of moeder niet meer terug zal kunnen keren. Na de verkoop en notariële levering van het huis ontvangt vader of moeder het bedrag van de verkoop (verkoopopbrengst) op zijn/haar bankrekening. De verkoopopbrengst valt wél in box 3 en zal dus gaan meetellen voor de VIB.
Maar let op: De peildatum ligt twee jaar vóór de opname in het verpleeghuis, dus het duurt nog twee jaar voordat de verkoopopbrengst gaat meetellen voor de VIB.

Ook wordt vaak de volgende vraag gesteld: Welke maatregelen kunnen we nemen om interen te voorkomen?

  • Uitkeren van de erfdelen van de overleden partner;

In de meeste gevallen zal er bij de schulden wegens niet-uitgekeerde erfdelen van de kinderen sprake zijn van “defiscalisatie”. De VIB wordt dan berekend zonder rekening te houden met aftrek van de overbedelingsschulden waardoor de VIB over het totale vermogen van de langstlevende ouder wordt berekend.

Als er in het testament van de eerst stervende een opeisbaarheidsgrond bij opname in een verzorgings- of verpleeghuis is opgenomen, kan er worden afgelost. Zo niet, dan bestaat de mogelijkheid nog om de erfdelen uit te keren als vader of moeder een levenstestament (= volmacht) had gemaakt. En als er geen levenstestament was, dan wordt het een lastig verhaal om de erfdelen van de kinderen uit te keren, want zonder opeisbaarheidsgrond kan het alleen als vader of moeder echt zelf nog staat is om te begrijpen dat hij/zij de schuldig gebleven erfdelen aan de kinderen wil uitkeren.

Maar let op: want bij het vroegtijdig aflossen van de schuldig gebleven erfdelen aan de kinderen kan er soms schenkbelasting verschuldigd zijn!

  • Schenkingen doen

Bij de vermindering van de grondslag van de VIB draait alles het kleiner maken van het box 3 vermogen. Het box 3-vermogen wordt verlaagd door te schenken, al dan niet op papier. Zie: schenken.
Van te voren een goed testament maken
Het is belangrijk om de erfdelen van de kinderen in ieder geval opeisbaar te maken als de langstlevende partner in zorginstelling wordt opgenomen.

  • Van te voren box 3 vermogen omzetten naar onbelast vermogen

Ga op cruise, koop een auto, boot, caravan of camper… of koop kunst. Of, doe extra aflossingen op de hypotheek. Of, als er wordt gehuurd: koop een eigen woning van het spaargeld en zeg de huur op.